SSVV Opleidingengids

VCA eist dat medewerkers specifieke kennis en kunde moeten hebben om specifieke risicovolle taken en werkzaamheden in een risicovolle omgeving uit te voeren. De SSVV Opleidingengids (SOG) biedt instructies, trainingen en opleidingen om aan deze eis te voldoen.

Wat en voor wie

Om incidenten te voorkomen, moeten medewerkers gekwalificeerd zijn om specifieke risicovolle taken uit te voeren. Denk aan gasmeten, herkennen van asbest of werken met een vorkheftruck. Medewerkers moeten ook gekwalificeerd zijn om werkzaamheden in risicovolle omgevingen te verrichten. Denk aan petrochemische installaties, bouwplaatsen of fabrieken. Instructie, training en opleiding zijn belangrijke instrumenten om de benodigde kennis en vaardigheden op te doen.

In de SOG hebben Deltalinqs, NOGEPA, SIR, Techniek Nederland, VNCI, VNPI, VOMI en VSB beschreven welke instructies, trainingen en opleidingen zij voor welke risicovolle taken aanbieden. Alle bij de SSVV aangesloten branches kunnen van dit aanbod gebruikmaken. De opleidingen uit de SOG zijn een aanvulling op de reguliere beroeps- en VCA-opleidingen en gaan over:

  • Werken met gevaarlijke stoffen
  • Vallende voorwerpen
  • Werken aan kritische apparatuur
  • Werken in besloten ruimten
  • Werken op hoogte
  • Werken met arbeidsmiddelen
  • Bescherming
  • Bestrijding
  • Mens en gedrag

Ook de Generieke Poortinstructie, een initiatief van de leden van de Governance Code 'Veiligheid in de Bouw', maakt deel uit van de SOG.

Meer informatie over de SOG

Alfons Buijs (SSVV)
buijs@ssvv.nl

Waarom

Minder uitzoekwerk

Aannemers kunnen de SOG gebruiken om te bepalen wat hun medewerkers moeten weten en kunnen om risicovolle taken uit te voeren, hoe zij de benodigde kennis en ervaring kunnen opdoen en hoe zij hierop worden getoetst. Opdrachtgevers kunnen de SOG gebruiken om te bepalen welke eisen zij mogen stellen aan de mensen die zij risicovolle taken laten uitvoeren. Dit scheelt beide partijen veel uitzoekwerk.

Vertrouwde kwaliteit

De SSVV werkt met de SOG aan het zo goed mogelijk beheersen van risico's die zijn verbonden aan de uitvoering van specifieke risicovolle taken. Dit verkleint de kans op incidenten. Door elkaars expertise te benutten, elkaars initiatieven collegiaal te toetsen en samen na te denken over waar een goede opleiding nu eigenlijk aan moet voldoen, bouwen de aangesloten branches aan een kwalitatief sterk en betrouwbaar opleidingsaanbod. Opdrachtgevers kunnen ervan op aan dat medewerkers van aannemers die een opleiding uit de SOG hebben gevolgd, hun vak beheersen en gekwalificeerd zijn om het werk uit te voeren. Ook wanneer die opleiding door een andere branche wordt aangeboden.

Niet opnieuw het wiel uitvinden

Door instructies, trainingen en opleidingen te bundelen, hoeven de branches niet opnieuw het wiel uit te vinden: als een andere branche al een bepaalde opleiding aanbiedt, hoeft u die niet zelf op poten te zetten. In plaats daarvan kunnen de branches hun energie steken in het verbeteren van de bestaande opleidingen en het ervoor zorgen dat die elkaar zo goed mogelijk aanvullen.

Aanbod Deltalinqs

Deltalinqs is een van de founding fathers van VCA en heeft de eerste aanzet gegeven tot wat later zou uitgroeien tot de SOG. De SOG is gaandeweg ontstaan met bijdragen van allerlei landelijke werkgroepen uit de petrochemie. Dat groeide Deltalinqs als regionale belangenorganisatie op een gegeven moment boven het hoofd. Om de opleidingengids door te laten groeien, is hij in 2007 inclusief de bijbehorende beheerstructuur aan de SSVV overgedragen. Daarmee is Deltalinqs een van de deelnemers geworden.

Drie grote verbeteringen

De afgelopen jaren heeft Deltalinqs drie grote verbeteringen doorgevoerd:

  • Het opleidingsaanbod is gemoderniseerd, eenduidiger opgezet en verder uitgediept. De didactische kwaliteit van de instructies is verbeterd en sluit beter aan bij de doelgroep.
  • Toetsvragen zijn inhoudelijk verbeterd, in toegankelijker taal opgesteld en in een centrale database opgeslagen: het Deltalinqs Examen Systeem (DEXS). Bedrijven die hiervoor een licentie hebben, krijgen online toegang tot unieke toetsen, die na een aanvraag real-time en willekeurig worden samengesteld en verwerkt.
  • Voor toeleveranciers en dienstverlenende bedrijven in de (proces)industrie is het Digital Safety Passport (DSP) ontwikkeld. Dit is een persoonsgebonden portfolio, dat rechtstreeks wordt gevuld vanuit verschillende certificaat- en trainingsregisters. Via een portal kunnen de opleidingen worden ingezien. De bijbehorende pas op creditcardformaat maakt biometrische verificatie mogelijk, sluit identiteits- en certificaatfraude uit en zorgt ervoor dat alleen gekwalificeerde vakmensen toegang krijgen tot het werkterrein of werkproces.

Aanbod: inhoud, beheer en toezicht

Het actuele aanbod van Deltalinqs bestaat uit een generieke poortinstructie (gericht op het kunnen werken op een bedrijfs-/haventerrein) en vier gevaarlijke gasinstructies (zwavelwaterstof, koolmonoxide, waterstofcyanide en fluorwaterstof). De poortinstructie is bedoeld voor iedereen die in de industrie gaat werken. De gasinstructies zijn op maat gemaakt voor werken op specifieke locaties.

Deltalinqs Training & Services beheert de instructies. Een waarborgcommissie met leden uit de achterban van Deltalinqs bewaakt de kwaliteit en actualiteit van de inhoud, doet de redactie van de toetsvragen en ziet erop toe dat licentiehouders de examinering integer uitvoeren.

RDM Training Plant: leren in een levensechte omgeving

Niet alleen kennis over veilig werken is belangrijk, het gaat er vooral ook om het bijbehorende gedrag te laten zien en de kennis te kunnen toepassen. Mede daarom is Deltalinqs de RDM Training Plant begonnen. De RDM Training Plant is een fysieke trainingslocatie met een levensechte, op de praktijk toegesneden leeromgeving. Met de plant kan worden voorzien in verschillende opleidingsbehoeften, van het opleiden voor VCA- en SOG-kwalificaties tot het opleiden van mbo- en hbo-studenten tot het verzorgen van om- en bijscholingstrajecten. Het trainingsaanbod bestaat inmiddels uit meer dan 100 trainingen en instructies.

Aanbod NOGEPA

De Nederlandse Olie en Gas Exploratie en Productie Associatie behartigt de belangen van 12 bedrijven met een vergunning (concessie) voor het opsporen of winnen van aardgas en aardolie, zowel on- als offshore. NOGEPA geeft ieder jaar ongeveer 10.000 certificaten uit en is daarmee een relatief kleine speler als het gaat om trainen en opleiden. Door mee te doen met de SSVV Opleidingengids kan NOGEPA profiteren van de voordelen van samenwerking met andere branches en blijft het op een efficiënte manier aangesloten bij actuele ontwikkelingen op trainingsgebied.

Kwalificaties voor de offshore

De NOGEPA-kwalificaties zijn vooral bedoeld om de risico’s van werken op zee te tackelen. Zo biedt NOGEPA trainingen overleven op zee, redden op zee en voorkomen van ongevallen op zee. Maar ook trainingen om helikopterverkeer op olie- en gasplatforms te begeleiden. In het aanbod zitten verder meer generieke trainingen met een offshore component, zoals hijsen, gasmeten, brandbestrijding, grote calamiteiten en medische hulp.

NOGEPA werkt in eerste instantie voor de olie- en gas operators en daaraan gerelateerde dienstverlenende industrie. Maar de trainingen worden ook door niet-leden gevolgd, bijvoorbeeld door bedrijven in de scheepvaartsector, de offshore windsector en de waterbouwsector.

De praktijk als basis

De trainingen van NOGEPA zijn vooral praktijktrainingen. NOGEPA werkt met zo’n 20 erkende trainingsinstituten, die bijna allemaal een hal of een andere fysieke trainingslocatie hebben waar deelnemers kunnen oefenen met bijvoorbeeld het blussen van branden of varen met boten. Deze trainingsinstituten worden periodiek geaudit via Deltalinqs, volgens een standaard trainingsevaluatieprocedure. Leden van de NOGEPA-werkgroep trainingen gaan mee met de auditor om met eigen ogen te zien wat in de trainingspraktijk goed gaat en wat beter kan.

Actuele ontwikkelingen

NOGEPA werkt onder andere aan:

  • De introductie van e-learning. Met e-learning kunnen deelnemers het theoretische deel van hun training thuis of elders doen, op een moment dat het hen uitkomt.
  • De ontwikkeling van scenario-based training. Met scenario-based training kunnen elementen uit verschillende trainingen worden gecombineerd en kan deelnemers meer uitdaging en afwisseling worden geboden. Dit is vooral een uitkomst voor mensen die om de zoveel tijd een herhaaltraining moeten volgen.
  • Aansluiting op het Centraal Diploma Register (CDR) van de SSVV. Dit maakt een papieren administratie overbodig en is een betrouwbare manier om vast te stellen welke kwalificaties iemand in huis heeft.

Aanbod petrochemie

De SOG Petrochemiekwalificaties zijn bedoeld voor operationele medewerkers die risicovolle taken uitvoeren in de petrochemie in Nederland. Het gaat om werk dat medewerkers van opdrachtgevers (eigenaren of beheerders van een site) zelf uitvoeren of uitbesteden aan aannemers. De bijbehorende diploma’s zijn verplicht voor VCA-gecertificeerde bedrijven op grond van vraag 3.4 van VCA 2017/6.0. Ook andere branches maken soms gebruik van de kwalificaties, wanneer zij geen eigen diploma’s voor deze risicovolle taken hebben.

Kwalificaties en organisatie

Ieder jaar worden er zo'n 22.500 examens afgenomen, verdeeld over 16 kwalificaties in de volgende clusters (met tussen haakjes de belangrijkste risico's):

  • Mobiele werktuigen (valgevaar, beknelling)
  • Flenzen (risico's verbonden aan werken met gevaarlijke stoffen)
  • Gasmeten (explosiegevaar, verstikkingsgevaar, risico's verbonden aan werken met gevaarlijke stoffen)
  • Verplaatsen van lasten (vallende voorwerpen, beknelling)
  • Buitenwacht/onafhankelijke adembescherming (explosiegevaar, verstikkingsgevaar)

Beheer van de kwalificaties

Waarborgcommissies per cluster, met daarin vertegenwoordigers van opdrachtgevers en opdrachtnemers, houden de kwalificaties up-to-date en stellen de minimumeisen voor opleiders vast. BeSaCC, NOGEPA, SIR, VOMI, VSB en VVT zijn betrokken bij de inhoud en nemen in een aantal gevallen ook deel aan de commissies.

VCA Infra beheert in opdracht van de SSVV de contracten met de erkende examencentra, organiseert de waarborgcommissies en distribueert de examens. VCA Examenbank maakt de examens. De diploma’s worden geregistreerd in het Centraal Diploma Register.

Grip op de kwaliteit van opleiders en hun opleidingen

Tot voor kort nam de SSVV uitsluitend de regie over examens en lieten we het organiseren van opleiders volledig aan de markt over. Dit leidde tot ongewenste situaties. Er stonden docenten voor de klas die weliswaar een diploma hadden gehaald, maar geen werkervaring hadden met de lesstof. Niet-gekeurde arbeidsmiddelen zorgden voor onveilige situaties in het leslokaal. Er werd geklaagd dat trainingen de lesstof niet volledig omvatten. En er was sprake van examentrainingen: sommige opleiders richtten zich op het behalen van de examens in plaats van op het competent maken van de medewerkers. Dit ging ten koste van de waarde van de diploma's uit de SSVV Opleidingengids.

De SSVV heeft auditoren geworven die, ondersteund door VCA Infra, opleiders zijn gaan auditen. Bij een positief resultaat zijn de opleiders door VCA Infra als erkende opleider gecontracteerd. De erkende opleiders worden jaarlijks bezocht. De opleider wordt aangesproken op eventuele afwijkingen van de minimumeisen. De gebundelde resultaten worden besproken in de waarborgcommissies.

Aanbod SIR

Of het nu gaat om hoge druk reinigen, druk vacuüm reinigen of chemisch technisch reinigen: industriële reinigers doen eigenlijk altijd hoog-risicovol werk. Ook leveren ze een belangrijke bijdrage aan de veiligheid van anderen: installaties moeten schoon zijn voordat technici er veilig aan de slag kunnen. De Stichting Industriële Reiniging (SIR) maakt richtlijnen en handboeken, stimuleert de ontwikkeling van innovatieve apparatuur en veilige werkmethoden, examineert en certificeert. Alles is erop gericht de veiligheid van mensen, middelen en methoden in de branche verder te versterken.

Veiligheid boven alles

Uitschieten met een hogedrukwaterstraal van 1.000 bar kan iemand ernstig verwonden. Als je tijdens het chemisch technisch reinigen niet oplet welke stoffen bij elkaar worden gebruikt, kan zomaar een ongewilde chemische reactie ontstaan. En als je tijdens werken onder stikstof niet goed met je adembescherming omgaat, kun je binnen enkele ademteugen dood zijn. In de industriële reiniging zit een ongeluk letterlijk in een klein hoekje. Opdrachtgevers en opdrachtnemers beseffen dit maar al te goed. Daarom trekken ze in SIR-verband samen op om veilige richtlijnen te maken.

Wanneer er een incident wordt gemeld, kijkt de SIR of ze de richtlijnen moet aanpassen, een safety alert moet uitdoen of op een andere manier actie moet ondernemen. Maar voorkomen is natuurlijk beter dan genezen. Daarom probeert de SIR asset owners en contractors te bewegen om bij de werkvoorbereiding waar mogelijk te kiezen voor een methode die mensen uit de vuurlinie houdt, of om ze van betere machines en materiaal te voorzien. Zo is met een joystick op afstand gemechaniseerd reinigen een stuk veiliger - en minder een aanslag op je lichaam - dan handmatig reinigen.

Slim organiseren

De SIR heeft 14 kwalificaties opgenomen in de SOG, verdeeld over de volgende werkterreinen:

  • Hoge Druk reinigen
  • Druk Vacuüm reinigen
  • Chemisch Technisch reinigen
  • Adembescherming - Inzet van Life Support Units

De SIR maakt voor alle kwalificaties eind- en toetstermen, waarin staat wat een kandidaat moet weten en kunnen. Opleiders kunnen op basis hiervan hun lesprogramma en -materiaal samenstellen. De SIR beoordeelt jaarlijks de kwaliteit van deze opleiders. De examens aan het eind van een opleiding worden afgenomen door een onafhankelijk examenteam. Dit team bestaat uit een examinator en een zogenoemde gecommitteerde. De examinator is een persoon met ervaring uit de branche. Deze neemt volgens een vastgestelde procedure het examen af. De gecommitteerde bewaakt deze procedure. Zo heeft de SIR het toezicht op de examens al in de uitvoering georganiseerd.

Jaarlijks vinden ongeveer 400 examenmomenten plaats. De SIR heeft het achterliggende proces grotendeels geautomatiseerd. Wanneer een opleider een examen wil organiseren, geeft hij dit aan in het centrale systeem. Het systeem kijkt automatisch welke examinatoren en gecommitteerden beschikbaar zijn en welke locatie vrij is. Na een match krijgen de betrokkenen per sms bericht. Het examenteam is dan vastgesteld. De opleiders melden zelf hun kandidaten aan. De SIR zelf heeft hier dus relatief weinig werk aan.

Via de SIR Safebook app hebben leden en certificaathouders onder andere toegang tot de laatste versies van de handboeken, nieuws, safety alerts en veelgestelde vragen.

De SOG: meer dan industrieel reinigen alleen

In SOG-verband maakt de SIR zich naast de eigen kwalificaties sterk voor praktijkgericht en onafhankelijk examineren en een betere opleiding voor de mensen die toezicht houden op de werkvloer. Via de SOG kan de SIR ook meedenken over kwalificaties voor andere werkzaamheden die in de industriële reiniging regelmatig voorkomen, zoals het werken met een vorkheftruck, werken aan flenzen en veilig verplaatsen van lasten.

Aanbod VSB

Van schilder tot metaalbewerker en van dakdekker tot monteur steigerbouw: dagelijks werken meer dan 20 verschillende beroepsgroepen op hoogte. Zij kunnen te maken krijgen met valgevaar. Bijvoorbeeld door afwezige, onvolledige of niet-werkende randbeveiliging, slechte of verkeerd gebruikte valbeveiliging, verlies van controle of overbelasting van een dak of vloergedeelte. De Vereniging van Steiger-, hoogwerk- en betonbekistingbedrijven (VSB) wil al deze professionals een veilige tijdelijke werkplek op hoogte bieden. De focus ligt op het leveren en gebruiken van arbeidsmiddelen die nodig zijn om veilig op hoogte te kunnen werken.

Kwalificaties voor de steigerbouw

Binnen het aandachtsgebied werken op hoogte is steigerbouw een belangrijk specialisme. De VSB heeft hiervoor in de SOG de volgende kwalificaties opgenomen:

  • Aspirant hulpmonteur
  • Hulpmonteur
  • Monteur
  • 1e monteur
  • Voorman
  • Inspecteur
  • Toezichthouder

Vroeger waren er allerlei benamingen voor deze profielen. Je wist dus niet goed welke vakbekwaamheid iemand had. De papieren en pasjes die deze vakbekwaamheid moesten aantonen, waren nogal fraudegevoelig. Ook waren de opleidingen erg vaktechnisch van opzet. Daarom heeft de VSB samen met andere bij het werken op hoogte betrokken partijen eenduidige kwalificaties opgesteld, met veiligheidsperceptie als integraal onderdeel van de vakbekwaamheidseisen.

Certificaten (te behalen via trainingen) en diploma's (op mbo-niveau, te behalen via het Opleidingsbedrijf VSB en de ROC's) worden geregistreerd in het Centraal Diploma Register van de SSVV. Zo kan de vakbekwaamheid van personeel altijd worden aangetoond.

Voor de functies van monteur en 1e monteur steigerbouw kan via het Opleidingsbedrijf VSB ook de Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL) of een EVC-Procedure worden gevolgd. Beide trajecten leiden tot een mbo-diploma.

Van steigerbouw naar werken op hoogte

Het aanbod in de SOG is nu nog beperkt tot steigerbouw, maar de VSB wil zich sterk maken voor het hele aandachtsgebied werken op hoogte. Daarom neemt de VSB deel aan de Stichting Veilig Werken Op Hoogte (SVWOH). De SVWOH:

  • bewaakt de kwaliteit van opleidingen en trainingen met eind- en toetstermen;
  • beheert de Centrale Examenbank;
  • registreert diploma's en certificaten in het Centraal Diploma Register.

Voor de steigerbouw is de scholingsstructuur gebaseerd op de Richtlijn Steigers. Dit is een coproductie van VSB en Bouwend Nederland, in afstemming met de industrie, (petro)chemie, de energiesector en de offshore. De richtlijn wordt ieder jaar geactualiseerd, omdat de regelgeving en het werk voortdurend veranderen. Op basis hiervan worden de eind- en toetstermen voor de cursussen én de kwalificatiedossiers voor de mbo-opleidingen aangepast. Elke opleider moet deze gebruiken. De VSB werkt met erkende opleiders: deze staan op de website van de VSB. Examens worden via de SVWOH en onder toezicht van een certificatie-instelling afgenomen door erkende examencentra. In de Centrale Examenbank zitten duizenden vragen over de steigerbouw in allerlei talen, waarvan ieder jaar minstens 10 procent wordt vernieuwd.

Veilige toegang tot de bouwplaats met de Generieke poortinstructie

De Generieke Poortinstructie (GPI) zorgt ervoor dat de 500.000 mensen die in Nederland bouwlocaties betreden weten met welke risico’s zij te maken kunnen krijgen, welke regels daarbij gelden en hoe zij zich daarbij moeten gedragen. De GPI kan online worden gevolgd en bestaat uit een introductiefilm en een instructie met oefen- en toetsvragen. Iemand die de poortinstructie met succes heeft gevolgd, krijgt direct een certificaat dat toegang geeft tot alle bouwlocaties waar de Generieke Poortinstructie wordt gevraagd.

De GPI is een initiatief van de leden van de Governance Code 'Veiligheid in de Bouw'. Ook de SSVV doet hieraan mee.

De voordelen op een rij

De drie belangrijkste voordelen van de GPI zijn:

  • Betere instructie - In de GPI hebben de initiatiefnemers hun best practices op het gebied van poortinstructies gebundeld. Samenwerken aan uniforme en gestandaardiseerde regels, voorschriften, veiligheidsmiddelen en werkwijzen zorgt zo uiteindelijk voor meer veiligheid op de bouwlocatie.

  • Minder gedoe - De GPI voorkomt dat medewerkers en leveranciers die op bouwlocaties van verschillende hoofdaannemers komen, steeds een andere poortinstructie moeten volgen voordat zij aan het werk kunnen.

  • Meer eenduidigheid - De GPI zorgt voor een eenduidige instructie. Dit zorgt ervoor dat degene die de instructie heeft gevolgd, veilige werkmiddelen op verschillende bouwlocaties beter herkent en kan toepassen. Ook zorgt dit voor meer gelijkwaardigheid tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.

Van GPI naar GBI

De initiatiefnemers van de GPI willen de poortinstructie doorontwikkelen tot een Generieke Basisinstructie, die in het teken staat van een eenduidige signalering en beheersing van risico's, breder dan alleen aan de poort. De ontwikkeling van de Generieke Basisinstructie is als project opgenomen in het programma Upgrade Veilig Werken van de SSVV.